Artikel

Marokko watervast

Marokko watervast

In gedachten zie ik ze nog, de piramides van kruiden, kleurrijke blikvangers in kerriegeel en saffraanrood.

De verbaasde blikken van de jonge poesjes, hun vacht nog pluizig vers en onaangetast door een nooit meer weg te likken grijzig vuil. Op wiebelige pootjes wankelen zij de woeste wereld tegemoet, soms opgetild door een eeltige hand die hen terugzet achter de veilige beschutting van een roestig wiel.

In mijn hoofd galmen ze na, de doodskreten van de kippen, bij het ochtendkrieken nog rondscharrelend, een uurtje later als poulet in de kraam. Rode guillotineplekken in de nek, kakelverse kip zonder kop. Zelfs de trotse hanen doorlopen dezelfde circle of life. De rauwe kreten van de slachters doen de rest.

Ik ruik ze nog, die karakteristieke lucht van de medina’s van Fez en Marrakech, een mengsel van zoet fruit, kruiden en onbereid vlees. En niet te vergeten de vlagen van versgezette muntthee, klevend aan een mysterieuze ceremonie van inschenken, van zilverkleurig potje in de glaasjes en weer terug. Pas als de suiker in kolossale brokken helemaal is opgelost, is de toverdrank gereed.

Zodra een flard van mijn Nederlandse tongval wordt opgevangen, blijken ze voortdurend op scherp te staan, de verkopers van sierraden, sjaals en andere souvenirs. “Kijken kijken, maar niet kopen. Allesj gggratisj.” En dat ‘allemagggtig pragggtig’ kan ik op het laatst al helemaal niet meer horen.
Maar, wees eerlijk, zou ik anders reageren als er een leger wandelende portemonnees door mijn leefwereld paradeerde? Klikklakkend voor het vastleggen van herinneringen en daarna weer snel terug naar thuis?

Op weg naar de uitgang van die wirwarwereld van een fata morgana stappen mijn slippers door het nat. Maar niet over nadenken wat dat allemaal kan zijn. Op ooghoogte de gul glimmende paprika’s en pepers, op de grond knielend de oude vrouwtjes, rimpelige handjes hoopvol opgehouden, hun prevelende klanken ‘madame, monsieur’ bescheiden zacht. Kleurrijke kleden genoeg, maar geen tapijt om mee weg te vliegen. De enige zekerheid dat iedere dag de zon weer opgaat.

Foto’s maken is soms mensonterend, maar wie weerhoudt me van de werking van het fotografisch geheugen? De muilezels en paarden op Djemaa el Fna, het centrale plein van Marrakech, wachtend in de brandende zon. Twee aan twee aangespannen bij de koetsjes voor toeristen die de wereld van gekkigheid wil willen beleven, maar liefst op veilige afstand.
Nog erger de zwoegende ezeltjes voor de schillenkar, de rug soms bedekt met littekens van stok of zweep. Geen luxepaardjes, en de menner zelf ziet er niet veel glorieuzer uit.

De eindeloze slierten auto’s kriskras door elkaar. Ritsen wordt hier niet geregeld met een verkeerslicht, maar met veel handgebaar en bijpassende mopperij en ‘wagga wagga’, ten teken van oké. De symfonie van eindeloos getoeter brommers, zo nu en dan onderbroken door het ‘Allah Akhbar’ van de imam. De deinende bergen van mannenbillen. Buigen voor Allah dat doet iedereen

De lassers, de houtbewerkers, de slachters en vooral de mannetjesmakers; stoer, wijduit en de handen in de zak. De pruttelende potten op het vuur - tajine, de Marokkaanse stoofschotel. Hier is nog tijd voor de maaltijdbereiding, en koken is een mannenzaak. Mijn grootste verbazing betreft de lichamelijkheid van de mannen - zoenen en omhelzen - in een land waar homo’s niet bestaan.

De scheiding der sexen houdt de maatschappij overzichtelijk. Moeders in kleurrijke gewaden, met in hun armen kostbare pakketjes in doeken gehuld. Op weg naar de kliniek op die ene dag dat prikken voor baby’tjes gratis zijn. De vrouwen bukkend bij de beken, omringd door veelkleurige natte doeken. Het vuil spoelt met het water mee.

Nooit vergeet ik de eindeloze glow in the dark van een nachtje slapen onder de sterrenhemel in de Sahara. De eindeloze oasestroken onder de palmen, waar rijke oogsten worden behaald dankzij een ingenieus irrigatiesysteem. Via een kanaaltje met zanddammetjes krijgt ieder veldje bij tourbeurt het kostbare water. De oude nomadenman die iedere dag op de brommer water komt halen bij de put, 30 liter in iedere fles. De blije blik van het driejarig meisje naar de zelfgeblazen zeepbellen die dansen in de lucht. Ook al is ze geboren in een tent bekleed met oude jassen en een handvat van een jerrycan als deuropener, hoe een bellenblazer werkt begrijpt ze intuïtief. De broodbakkerij waar jongetjes de door hun moeders geknede en met doeken omwikkelde deegballen komen brengen, om te worden afgebakken in de centrale oven. Want ja, een fornuis thuis, dat is een luxeproduct

Rondtrekkend door Marokko leer ik ook het verschil te zien tussen de oogopslag van Arabieren en Berbers. De eerste de machthebbers, de pettendragers van de gendarmerie. En de norse blik van de opperober in het grijze pak. Bij iedere afrekensessie op een hooggelegen terras in Marrakech staat hij paraat, aan zijn priemende blik ontsnapt geen enkele dirham.
Hoe anders de zienswijze van de Berbers, het natuurvolk uit de bergen en de woestijn. Ook zonder hun trotse blauwe gewaden en tulbands, gevouwen van tien meter katoen, herken ik de zachtheid van hun diepbruine blikken en de kracht waarmee ze zich naar binnen boren. Voor hen is geld niet synoniem met geluk.
Een bewijs is het zilveren bedeltje, het handje van Fatimah voor levensgeluk, gekregen uit een goed hart van een Berberman, ook al kocht ik niets. En de gulle Berber die genoegen nam met mijn allerlaatste muntjes voor een sjaal met gouddraad, gesponnen op grote klossen midden op straat.
“I love you,” roept zijn diepe basstem het kersvers geleerde zinnetje achter me aan. Ik weet zeker dat hij liefde heeft meegeweven in zijn kunstig handgeweven sjaal.

De mooiste souvenirs zijn watervast, want die neem ik voor altijd mee in mijn hoofd en in mijn hart.
Zodra we landen op Schiphol wordt het geroezemoes overstemd door smartphones voor een snelle melding aan het thuisfront. Pas als mijn eerste SMSje al is weggestuurd, realiseer ik me de gekkigheid van dit jachtige gedrag. Kastjes worden opgerukt, koffers worden opgetild. Geen tijd voor vreugde over een veilige landing, maar haast en stress. In de smalle slurf van het vliegtuig naar de aankomsthal is links en rechts inhalen toegestaan. Zelf houd ik even in achter een oude man op sloffen, ondersteund door zijn al even oude vrouw met een lange mantel met capuchon. Ze lijken even hulpeloos en niet op hun plaats, maar ik weet precies waar ze perfect passen. Dankzij de kennismaking met een cultuur die zo anders is als de mijne, en die ik toch na heel nabij heb mogen beleven, al was het dan maar even.

1 Reactie

sassevras
sassevras
26 mei 2012 om 10:43
Wat heb je dit ontzettend mooi omschreven.Ik herken veel van je verhaal.Ben nog nooit in Marokko geweest,maar jou verhaal zou ook zomaar over Gambia kunnen gaan,waar ik wel vaak ben geweest.En dat gejakker en gejaag als je net weer voet op Nederlandse bodem hebt gezet,daar moet ik altijd weer heel erg aan wennen,wat dat betreft kan ik best wel jaloers zijn op die rust en het heerlijke relaxte leven dat deze mensen beheersen.leuk dat je dit wilde delen,ik ben gelijk weer even elders ;-)even wegdromen.

Log je in om te reageren! Nog geen lid? Klik hier!

Lees ook!

Nomineer dit artikel voor een Kudos!

   
Log in en nomineer

Gerelateerde artikelen